Maak kennis met de mensen achter WAAG

01-04-2026
48 keer bekeken

Achter de schermen werken specialisten uit verschillende vakgebieden aan de enorme uitdaging om dit enorme project tot een succes te maken. Wie zijn die vakspecialisten en wat doen zij eigenlijk? Deze keer zes vragen voor René van der Aa van het taakveld zuivering en reststromen.

De vraag naar drinkwater groeit, ook in het Gooi en de omliggende gebieden. PWN, Vitens en Waternet onderzoeken samen hoe ze hier in de toekomst genoeg drinkwater kunnen leveren. Met oppervlaktewater als belangrijkste bron en de mogelijkheid om bij te springen met grondwater als dat nodig is. Het doel is om vanaf 2035 op een nieuwe productielocatie 30 miljard liter drinkwater per jaar te maken. Meer dan genoeg voor een half miljoen mensen. Achter de schermen werken specialisten uit verschillende vakgebieden aan de enorme uitdaging om dit enorme project tot een succes te maken. Deze keer zes vragen voor René van der Aa, trekker van het taakveld zuivering en reststromen.

Hoe ben jij bij het WAAG-project betrokken geraakt?

“Dat was al in een vroeg stadium, misschien nog wel in de fase dat Vitens en Waternet officieel nog niet betrokken waren. Toen was PWN al met een voorverkenning bezig en daarbij kwam het Amsterdam-Rijnkanaal als mogelijke bron naar voren om drinkwater van te maken. Dan is de link naar Waternet zo gelegd: wij produceren al jaren drinkwater met water uit het Amsterdam-Rijnkanaal. PWN was benieuwd naar onze zuiveringsprocessen en -ervaringen, en zo kreeg ik als onderzoeker-technoloog het verzoek om informatie aan te leveren, mee te lezen en mee te denken. Dat heb ik met veel plezier gedaan. Toen Vitens, Waternet en PWN daarna de handen ineensloegen om samen de mogelijkheden in het Gooi verder te onderzoeken, zei ik meteen ja op de uitnodiging om bij de werkgroep te aan te sluiten.”

Jouw taakveld is zuivering en reststromen. Wat houdt dat in?

“WAAG is een enorm project waar veel bij komt kijken en waar allerlei expertises voor nodig zijn. Daarom hebben we het opgedeeld in ‘taakvelden’. Die taakvelden zijn de bouwstenen van het systeem dat we willen neerzetten, zoals bronnen en inname, leidingen, zuivering en reststromen of het grondwatersysteem Maar bijvoorbeeld ook omgevingsmanagement is een taakveld. Het streven is dat aan elk taakveld collega’s van alle drie de drinkwaterbedrijven samenwerken. Zo werk ik samen met collega’s van Vitens en PWN aan het onderdeel zuivering en reststromen. Wij kijken vooral hoe je drinkwater kunt maken van de twee oppervlaktewaterbronnen die we op het oog hebben: het Amsterdam-Rijnkanaal en de Randmeren. Welke zuiveringsstappen heb je daarbij nodig? Hoe is de interactie met het grondwatersysteem? En hoe groot moet die zuivering dan worden en hoe zou die er uit kunnen zien? We zijn nu bezig om verschillende mogelijkheden uit te werken. Hier moet uiteindelijk een voorkeursvariant uitkomen.”

Kun je water uit de Randmeren en het Amsterdam-Rijnkanaal op dezelfde manier zuiveren?

“Ja, dat scheelt niet veel. Met de huidige waterkwaliteit kunnen we van allebei de bronnen goed drinkwater maken. Wel verwachten we dat door klimaatverandering de algen in de Randmeren kunnen toenemen. Dat is een serieus aandachtspunt voor de zuivering. We doen vervolgstudies om de risico’s voor de waterkwaliteit in kaart te brengen én mogelijke oplossingen. Zo heeft elke variant zijn eigen uitdagingen. Dat geldt ook voor de technologie die we inzetten.”

Met welke uitdagingen voor de technologie heb je te maken?

“We kijken naar drie varianten: traditionele zuiveringstechnieken, membraanfilters of een combinatie van die twee. Met alleen traditionele zuiveringstechnieken zoals koolfilters, zandfilters en oxidatie kunnen stoffen zoals PFAS op den duur een probleem worden: de normen worden steeds strenger en deze technieken filteren er maar een deel uit. Membraanfilters zijn zo fijnmazig dat ze wél alle PFAS en bacteriën tegenhouden. Maar ze halen zoveel uit het water, dat je daarna mineralen moet toevoegen om er gezond drinkwater van te maken. Dat vraagt om de inzet van veel energie en chemicaliën. Door de twee technieken te combineren, kun je dat deels terugdringen. Maar dan nog: de stoffen die je met membraanfilters tegenhoudt, zitten nog wel in de reststroom die we lozen. En dat wordt weer een grote uitdaging voor de milieuvergunningen die nodig zijn. We zijn hierover in gesprek met Rijkswaterstaat.”

Waar zijn jullie nu mee bezig?

“We hebben eerst verschillende zuiveringsschema’s uitgewerkt. Op basis daarvan kijken we nu: hoe groot wordt de zuivering dan? Dat is ook een hele puzzel. We kunnen uitrekenen: als we zoveel drinkwater maken, hebben we zoveel snelfilters nodig, zoveel koolfilters, noem maar op. Maar hoe zet je de zuiveringsstappen dan achter elkaar? Hoeveel vierkante meter nemen die in? En dan moeten er ook nog loopgangen komen of heftrucks kunnen rijden. Samen met een architect kijken we hoe we een locatie op verschillende manieren kunnen inrichten. Hoe compacter we het schetsontwerp kunnen houden, hoe makkelijker de zuivering in te passen is in de omgeving.”

Wat maakt dit project voor jou zo interessant?

“Ik vind het heel leuk dat we met allerlei expertises samenwerken: mensen die verstand hebben van bronnen en waterkwaliteit, van leidingen, van natuur, van ruimtelijke ordening enzovoort. We kijken echt samen: welke mogelijkheden en uitdagingen zijn er per taakveld, en hoe kunnen we dat slim bij elkaar brengen? Die samenwerking verloopt heel prettig; iedereen is enthousiast en staat heel open in het project. Ik denk ook dat de combinatie van oppervlaktewater en grondwater toekomst heeft, dat je daar mooie, robuuste systemen van kan bouwen. Daar werk ik ook graag aan mee. Zelfs als WAAG uiteindelijk niet wordt gerealiseerd, levert dit project heel veel inzichten op waar waterbedrijven echt iets aan hebben.”

Afbeeldingen

Cookie-instellingen