Maak kennis met de mensen achter WAAG

29-07-2026
80 keer bekeken

Achter de schermen werken specialisten uit verschillende vakgebieden aan de enorme uitdaging om dit enorme project tot een succes te maken. Wie zijn die vakspecialisten en wat doen zij eigenlijk? Deze keer Joost Boogaard, trekker van het taakveld natuur.

De vraag naar drinkwater groeit, ook in het Gooi en de omliggende gebieden. PWN, Vitens en Waternet onderzoeken samen hoe ze hier in de toekomst genoeg drinkwater kunnen leveren. Met oppervlaktewater als belangrijkste bron en de mogelijkheid om bij te springen met grondwater als dat nodig is. Het doel is om vanaf 2035 op een nieuwe productielocatie 30 miljard liter drinkwater per jaar te maken. Meer dan genoeg voor een half miljoen mensen. Achter de schermen werken specialisten uit verschillende vakgebieden aan de enorme uitdaging om dit enorme project tot een succes te maken. Deze keer Joost Boogaard, trekker van het taakveld natuur.

Wat ligt er op het bord voor het taakveld natuur?

“Wij hebben de taak om te zorgen dat natuur vanaf het begin goed wordt meegenomen in alle grote keuzes voor WAAG. Want je kunt technisch van alles bedenken: leidingentracés, een zuivering van 10 hectare, innamepunten, grondwater als back-up. Maar uiteindelijk moet het ook kunnen en mogen. En daarin zijn milieueffecten een bepalende factor: die moeten worden getoetst aan strenge natuurwet- en regelgeving en wegen zwaar mee in de vergunningen die straks nodig zijn. Daarom is het belangrijk dat we impact op de natuur zo goed mogelijk in beeld brengen. Voor alle afzonderlijke bouwstenen van het project, van leidingen, tot zuivering en bron, én voor alle combinaties die we verder uitwerken om tot een voorkeursalternatief te komen. Daar leveren wij vanuit ons taakveld de input voor.”

Aan wat voor milieueffecten valt dan te denken?

“Dat is voor elke bouwsteen anders. Als je leidingen aanlegt, moet je kijken waar je door natuurgebied gaat, hoe je schade kunt voorkomen, hoeveel ruimte nodig is voor machines en graafwerk, en wat dat betekent voor bodem, planten en het leefgebied van dieren. Dat is vaak tijdelijk, maar wel ingrijpend. Waar mogelijk kies je dan ook voor een ander tracé. Voor de zuiveringslocatie is dat anders: daar neem je blijvend een groot stuk grond in, in een gebied waar al veel gebeurt en waar ook natuurwaarden aanwezig zijn. We kijken niet alleen naar negatieve, maar ook naar positieve milieueffecten. Door drinkwater te gaan produceren van oppervlaktewater in Het Gooi, hoeven we bijvoorbeeld minder te putten uit bestaande grondwaterwinningen in de omgeving. Dit kan leiden tot hogere grondwaterstanden en meer kwel: grondwater dat vanzelf naar boven komt. En dat biedt weer kansen voor natuurontwikkeling.”

Hoe breng je die effecten in kaart?

“In deze fase werken we vooral met informatie die er al is. Natuur is niet zomaar natuur: je hebt Natura 2000-gebieden en gebieden van terreinbeheerders zoals het Goois Natuurreservaat, die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Daar gelden verschillende regels en belangen voor. Daarnaast hebben we bijvoorbeeld te maken met beschermde soorten en de Kaderrichtlijn Water. We kijken per variant met welke regels en gebieden we te maken krijgen en welke effecten te verwachten zijn. Hierin zoeken we ook de samenwerking met terreinbeheerders zoals Natuurmonumenten, het Goois Natuurreservaat en Staatsbosbeheer. Zij kennen de gebieden goed en denken mee over effecten en aandachtspunten. Zo komen we al een heel eind. Als later blijkt dat er gericht veldonderzoek nodig is, dan schakelen we daar gespecialiseerde partijen voor in. Voor berekeningen aan het grondwatersysteem schakelen we nu al externe experts in, omdat we daar met een ingewikkeld vraagstuk zitten.”

Wat is dat ingewikkelde vraagstuk?

“Normaal bereken je bij grondwaterwinning milieueffecten op basis van langjarige gemiddelden, terwijl WAAG bijna helemaal op oppervlaktewater draait. Maar als je dat oppervlaktewater tijdelijk niet kunt innemen, moet de grondwaterbel het ineens overnemen. Dan trek je dus in korte tijd heel veel water uit hetzelfde systeem. En je weet niet wanneer zo’n situatie zich voordoet, hoe vaak dat gebeurt en of je het over een week, een maand of misschien langer hebt. Je begint dus al met allerlei aannames om te kunnen berekenen wat er gebeurt met de grondwaterstand en met kwel. Vervolgens moet je die uitkomsten vertalen naar wat dat in het veld betekent: worden natte plekken tijdelijk droger, neemt kwel af, en welke natuur is daarvan afhankelijk? En dan komt de volgende vraag: hoe lang kun je water aan die grondwaterbel onttrekken voordat het problematisch wordt? Hier grijpen grondwater en natuur echt in elkaar en dat vraagt om nauwe samenwerking met de hydrologen: wat moet je berekenen, welke uitkomsten heb je nodig en wat betekenen die vervolgens voor de natuur?”

Alles hangt met alles samen in WAAG; maakt dat het juist ook interessant om aan dit project te werken?

“Zeker, en vooral ook de rol van natuur hierin. Je komt in dit project alle facetten van natuurwetgeving tegen, en keuzes die je maakt zijn ontzettend relevant voor de omgeving. Dat vind ik interessant. Wat ik ook leuk vind, is de verbinding met de andere drinkwaterbedrijven. Meestal ben ik als enige ecoloog betrokken bij de projecten waaraan ik werk. In dit taakveld vormen we echt een team van collega-ecologen, en versterken we elkaar. Dat is ook nodig, want natuur is niet iets wat ‘erbij’ komt, er hangt veel van af en alles hangt integraal samen. Elke variant van elke bouwsteen gaat hoe dan ook impact op die natuur hebben. Des te belangrijker om de andere taakvelden van de juiste feiten te voorzien. De focus ligt nu nog sterk op: wat zou de schade kunnen zijn en hoe kunnen we die zo veel mogelijk voorkomen? Daar is creativiteit voor nodig. Maar het mooie van WAAG is dat het kansen biedt om natuurontwikkeling onderdeel te maken van het project. Dan voeg je dus óók op natuurgebied iets positiefs toe. Als we dat goed meenemen, wordt de kans dat WAAG er komt, alleen maar groter.”

Afbeeldingen

Cookie-instellingen